Kleding

In plaats van de tot dusver gebruikelijk grijswitte pakken krijgen de gevangen de bekende gestreepte gevangeniskleding. Tevens zijn de verschillende groepen gevangenen te onderscheiden aan verschillend gekleurde driehoeken, die op de linkerborsthelft en op de rechterdij moeten worden genaaid. De rode driehoek markeert de politieke gevangen, de groene de beroepsmisdadigers, de blauwe de emigranten, de paarse de Jehova's getuigen, de roze de homoseksuelen, de zwarte de a-socialen, de gele de joden. Deze kentekens worden in de andere concentratiekampen nagevolgd.
In de driehoek wordt met een letter de nationaliteit aangeduid: F voor de Fransen, R voor de Russen, N voor de Noren en H voor "die Holländer". Onder de driehoek een wit lapje stof met daarop het gevangennummer.

De verdere oorlogsjaren worden gekenmerkt door deportaties van duizenden gevangen uit Europese landen. Op termijn is de opmars van de Duitse legers af te lezen aan de groei van het gevangenenbestand in de kampen.
Volgens richtlijnen van Himmler wordt Dachau het centrale priesterkamp, geestelijken uit heel Europa worden hier samengebracht en bewonen tezamen een apart deel van het kamp.

Leider van het Nederlandse Volk

Op 20 januari 1941 brengt een delegatie van Nederlandse nationaal-socialisten, de NSB een officieel bezoek aan Dachau. Mussert -die zichzelf graag als "Leider van het Nederlandse Volk" betitelt wordt in gezelschap van andere NSB'ers zoals Geelkerken en Rost van Tonningen rondgeleid door de Reichsführer SS himself, Heinrich Himmler.

Een maand later bezoekt de Nederlandse operettezanger Johan Heesters, die zich veelvuldig in kringen van hooggeplaatste nazi's beweegt het kamp. Hij treedt daar -begeleid door een orkest van Poolse gevangenen- op voor de SS. Hij brengt liederen ten gehore uit bekende operettes als Die Tzardasfürstin en Die Lustige Witwe.
Des te schrijnender moet dit optreden worden beoordeeld als we bedenken dat het juist in deze maand februari 1941 was dat de Nederlandse arbeiders in staking gingen als protest tegen de jodenrazzias in Amsterdam. Veel stakers werden bij die gelegenheid gearresteerd en afgevoerd naar het concentratiekamp. Een aantal van hen werd daar gefusilleerd.

Van oktober 1941 tot april 1942 vinden in Dachau en vooral op de nabijgelegen executieplaats Hebertshausen massale executies van Sovjet-krijgsgevangenen plaats. Het juiste aantal slachtoffers is niet bekend; hun aantal wordt op 6.000 geschat.
In januari 1942 wordt een begin gemaakt met de zgn. Invalidentransporten naar de "euthanasie-inrichting" Schloss Hartheim bij Linz. Alleen al in 1942 worden daar in het kader van de "Sonderbehandlung 14F13" Drieduizend zieken, arbeidsongeschikten en joodse gevangenen uit Dachau met gifgas vermoord.
In deze tijd word met medeweten en instemming van Himmler begonnen met medische experimenten op gevangenen. Doel is in de eerste plaats de overlevingskansen van Duitse soldaten in oorlogstijd te onderzoeken.