Het einde

14/4

Bevel van Himmler aan de commandanten van Flossenbürg en Dachau:
"Overgave is uitgesloten. Het kamp moet direct worden geëvacueerd. Geen gevangene mag levend in handen van de vijand vallen. De gevangenen hebben zich afschuwelijk tegenover de burgerbevolking van Buchenwald gedragen". Er zijn aanwijzingen dat de gevangenen door middel van luchtbombardementen of gifgas zullen worden geliquideerd.

De dagen voorafgaand aan de bevrijding arriveren in Dachau nog lange transporten uit andere concentratiekampen. De meesten van hen verkeren in een vreselijke toestand van uitputting en ondervoeding. Daartegenover wordt na 23 april een groot aantal gevangenen uit het kamp geëvacueerd. Op 26 april wordt begonnen met de beruchte Dodenmars. Groepsgewijs vertrekken een kleine 7.000 gevangenen uit het hoofdkamp en de buitencommando's voor een lange, uitzichtloze tocht: Tallozen worden onderweg door de SS doodgeschoten of komen om door honger, kou of uitputting. Begin mei worden de overlevenden door de Amerikanen bevrijd.

29/4

In de namiddag bereiken militairen van het 7e Amerikaanse leger het kampterrein. Tijdens hun opmars stuiten de Amerikanen op een goederentrein, inhoudende een evacuatietransport uit Buchenwald. In de open wagons liggen 2.000 lijken. Bij het crematorium vinden de soldaten nog eens 3.000 doden. Ondanks de witte vlaggen die op de wachttorens zijn uitgestoken worden zij van daaruit nog beschoten. Na enige tijd lukt het de Amerikanen de tegenstand te breken en het kamp te bevrijden. De SS-ers worden door de Amerikanen gefusilleerd.

1933 tot 1945

In de jaren 1933 tot 1945 zijn in totaal 206.000 gevangenen in Dachau en zijn 36 grote en 133 kleinere buitencommando's geregistreerd. De officiële cijfers spreken van 31.591 doden maar in werkelijkheid is dit aantal veel groter geweest.