De bevrijding

Naarmate de oorlog in zijn laatste fase kwam en de geallieerde legers oprukten, werden steeds meer concentratiekampen ontruimd. De SS heeft nog geprobeerd de sporen van zijn misdaden uit te wissen maar dat is maar zeer ten dele gelukt.
Zelfs zijn er plannen geweest alle gevangenen door luchtbombardementen en gas te vermoorden; maar die zijn gelukkig niet uitgevoerd.
Het eenvoudigste zou zijn geweest de gevangenen vrij te laten. Maar zo'n gedachte komt in een nazibrein niet op. De vrijgelaten gevangenen zouden evenzovele getuigen zijn van de oorlogsmisdaden die in de kampen hebben plaatsgevonden.



De gevangenen werden zoals dat heet "op transport gesteld", verplaatst naar andere kampen. Dit begon al begin september 1944 met het kamp Natzweiler in de Elzas. Het Amerikaanse geschut was daar al te horen toen alle gevangenen, onder wie enkele honderden Nederlanders, per trein werden overgebracht naar Dachau. 9000 nieuwkomers in een kamp dat toch al uit zijn voegen barstte.
In het voorjaar van 1945 werd de toestand voortdurend nijpender. Er was nauwelijks meer iets te eten; er was geen brandstof en er heerste een moordende epidemie van vlektyfus.
Deze transporten konden soms wekenlang duren; de SS-bewakers in auto's of op motoren, de uitgeputte gevangenen te voet. Voedsel en onderdak waren er tijdens niet of nauwelijks. Duizenden stierven tijdens deze helse tochten, aan ziekte, uitputting, ondervoeding of door toedoen van de SS. Gevangenen die niet verder konden werden ter plaatse doodgeschoten. En soms werden deze transporten -per ongeluk- door geallieerde vliegtuigen gebombardeerd. Een van de vreselijkste van deze transporten was De Trein van Buchenwald naar Dachau waarbij 5000 doden vielen.

De commandant van Dachau wilde het hele kamp evacueren en stuurde duizenden gevangenen op pad, richting Oostenrijk. Het werd een helse tocht die veel slachtoffers eiste. Door het oprukken van de geallieerde troepen liep het transport voortdurend vast . Eind april deserteerden de bewakers en lieten de gevangenen aan hun lot over.
De Duitse bevolking die langs de route woonde was getuige van dit alles. Niettemin was het "Wir haben es nicht gewusst" na de oorlog niet van de lucht.

Hoe fantastisch was het niet dat op 29 april 1945, 's middags om half zes Amerikaanse militairen van de Regenboogdivisie het kamp bevrijdden! Uit de wachttorens, de miradors, hingen witte vlaggen. Toen niettemin van uit deze torens op de Amerikanen werd geschoten was het lot van de SS-mannen bezegeld. Toegejuicht door de gevangenen werden zij door de Amerikanen terechtgesteld.

Bij de schietpartij vanaf de wachttorens vond nog een Poolse jongen de dood; de vertegenwoordiger van de Nederlandse gevangenen, Pim Boellaard liep door een ricocherende kogel een schampschot aan het hoofd op.

Op het moment van de bevrijding bevonden zich in Dachau en de buitencommando's 67.000 gevangenen.