Appèls

Na het ontbijt moest het hele kamp aantreden voor het appèl. Er werden blokken geformeerd, doorgaans ingedeeld naar de bezetting van een barak. En dan werd er geteld, en nog eens geteld. Eindeloos ging het tellen door, totdat het allemaal klopte. Alles moest worden meegeteld, ook degenen die nachtdienst hadden gehad en de zieken in het Krankenrevier. Zelfs de doden van de afgelopen nacht mochten niet worden vergeten.


Er ging natuurlijk van alles mis op de appèls. Niet iedere gevangene had het gevoel voor de militaire regelmaat dat van hem geëist werd. En bovendien waren de meesten zo uitgeput dat zij dit militaire vertoon niet konden opbrengen.
Een van de problemen was het Mützen ab! (Mutsen af!). Als de SS-Rapportführer op het terrein kwam om het appèl af te nemen moest iedereen in de houding springen. Het was de bedoeling dat dan alle mutsen met één duizendvoudige klap op de dijen werden geslagen. Maar daar kwam in de praktijk weinig van terecht. En dan moest het over, en opnieuw over, en weer...

In het kamp gold vooral het adagium niet op te vallen: ga ónder in de massa en doe als iedereen. Bijzonder moeilijk was dat uiteraard voor zeer lange mensen, zoals enkele Nederlanders. Die waren dan ook veelal het mikpunt: Du langes Elend (lang stuk ellende), du dreckiger Holländer (jij smerige Hollander) waren geliefde scheldwoorden van zowel SS als kapo's.