Dagindeling

Het hoofdkamp bestond uit twee rijen grote barakken, aan beide zijden van de kampstraat zeventien. De dagen begonnen vroeg; het was soms wel om een uur of vier opstaan, en dat ging meestal gepaard met groot geweld. De gevangenen waren nog niet goed uitgerust en velen hadden moeite met wakker worden. Langslapers konden rekenen op een onbarmhartig pak slaag.

Zo goed en zo kwaad als het ging was het dan wassen; en daarbij werd het dan een enorm gedrang bij de paar kraantjes in de wasruimte. Maar nog veel drukker was het op de toiletten. Daar stonden een stuk of acht bruinstenen potten zonder bril op een rij.

Toiletpapier was er niet, en dat was een groot probleem, vooral omdat vrijwel iedere gevangene constant leed aan diarree. Durchfall noemden de Duitsers het, Scheisserei... Het ochtendtoilet had overigens niet veel om het lijf; alle hoofden waren kaalgeschoren, kammen was er dus niet bij. Ook hoefde een gevangene er niet over na te denken wat hij zou aantrekken. Want keuze had hij niet; ieder had maar één pak.
Na een haastig opgeslobberde plens namaakkoffie of -thee was het al: "Los, Los!! op een holletje naar het appèl.