Eten

Het rantsoen bestond aanvankelijk uit een hap stamppot maar werd naarmate de tijd verstreek steeds dunner. Tenslotte bestond de maaltijd uit een liter soep, bestaande uit water met een daarin wat stukjes knolraap en wortel. Verder was er een steeds slinkend stuk brood dat tevens voor het ontbijt moest dienen. Het is maar weinigen gelukt het tot de volgende morgen te bewaren; vooral ook omdat het gevaar dreigde dat het je in de nacht zou worden ontstolen. Wel was er 's ochtends voor iedereen een halve liter namaakkoffie of -thee, maar dat vulde uiteraard de maag niet. 0p hoogtijdagen, zoals Kerstmis kwam het voor dat er die dag iets stevigers op tafel kwam, zoals macaronisoep.


In principe was het mogelijk brieven en voedselpaketten van thuis te ontvangen. Maar dat werd voortdurend moeilijker, door de benarde voedseltoestand in Nederland was het daar vrijwel onmogelijk om van de minimale rantsoenen ook nog iets af te zonderen voor een pakket. Bovendien is er steeds zowel door de bewakers als de medegevangenen veel uit de pakketten gestolen.
Er was een grote groep Nederlanders die helemaal geen post en pakketten mocht ontvangen. Het waren de uit Natzweiler afkomstige zogenoemde NN-gevangenen (Nacht und Nebel), aan wie ieder contact met de buitenwereld verboden was.
Sommige nationaliteiten ontvingen Rode Kruispakketten. In dit opzicht is het Nederlandse Rode Kruis ernstig tekort geschoten. De Nederlanders ontvingen niets.
Kort voor het einde van de oorlog heeft het Zweedse Rode Kruis pakketten gestuurd voor hun Scandinavische broeders, de Noren en de Denen. En voor wie vrienden in deze kringen had viel er nog wel eens een kruimeltje af...

In het algemeen kan van de voedselsituatie worden gezegd dat iedereen jaren lang honger heeft geleden.