Vlektyfus

Door de overbevolking, de ondervoeding en de slechte hygiënische omstandigheden brak in die tijd een grote epidemie van vlektyfus uit. De meeste Nederlanders zijn met deze vreselijke ziekte besmet geraakt; voor velen van hen was dit de druppel die de emmer deed overlopen. Verzwakt als zij waren hebben zij de ziekte niet kunnen doorstaan.
De in de ziekenbarakken werkzame Nederlandse artsen Krediet, Drost en Van Dommelen hebben gedaan wat zij konden, maar tevergeefs. Het enige geneesmiddel dat zij hadden was het bloed van herstellende patiënten, dat antistoffen bevatte en dat zij graag ten behoeve van hun zieke kampgenoten afstonden.

Onder de tweeduizend geestelijken in de zgn. Priesterbarak bevonden zich 24 Nederlandse predikanten en 39 Roomskatholieke priesters. 17 van hen zijn daar overleden.
Een aantal Nederlanders is gedwongen deel te nemen aan de medische experimenten van de SS-artsen Rascher en Schilling.