Titus Brandsma

0ok Prof.Dr.Titus Brandsma 0.Carm., rector-magnificus van de Katholieke Universiteit Nijmegen, liet in Dachau het leven.



Brandsma, in 1881 in Friesland geboren, studeert in Nijmegen wijsbegeerte en sociologie. In 1923 wordt hij benoemd tot hoogleraar aan de zojuist opgerichte Nijmeegse Universiteit; hij doceert daar wijsbegeerte en geschiedenis van de vroomheid, en met name de Nederlandse mystiek.

In 1935 wordt hij door de aartsbisschop van Utrecht benoemd tot geestelijk adviseur van de R.K. journalistenvereniging.

Veel van zijn colleges wijdt hij aan de bedenkelijke aspecten van de nationaal-socialistische wereldbeschouwing.
In 1941 maakt hij een rondreis langs de directeuren en hoofdredacteuren van de katholieke persmedia om hen op het gevaar van het nationaalsocialisme te wijzen:

1942: Der Pater Titus Brandsma (Nimwegen) ist wegen planmässiger Vorbereitung einer gegen die deutschen Besatzungsbehörden gerichteten oppositionellen Bewegung umgehend zu verhaften und in einem Konzentrationslager zuzuführen.

Op 19 januari 1942 wordt hij gearresteerd en overgebracht naar de Scheveningse strafgevangenis (Oranjehotel). Via Vught belandt hij in Dachau waar hij in de zomer van datzelfde jaar overlijdt.
In 1957 wordt hij door het bisdom Den Bosch zalig verklaard.

In zijn cel in de Scheveningse gevangenis schrijft Brandsma dit gedicht:

O, Jezus, als ik U aanschouw
Dan leeft weer dat ik van U hou
En dat ook Uw hart mij bemint
Nog wel als Uw bijzondren vriend.

Al vraagt dat mij meer lijdensmoed
Och, alle lijden is mij goed
Omdat ik daardoor U gelijk
En dit de weg is naar Uw Rijk

Ik ben gelukkig in mijn leed
Omdat ik het geen leed meer weet,
Maar 't alleruitverkorenst lot
Dat mij vereent met U, o God.

0 laat mij hier maar stil alleen
Het kil en koud zijn om mij heen
En laat geen menschen bij mij toe
't Alleen zijn word ik hier niet moe.

Want Gij. O Jezus, zijt bij mij
Ik was U nimmer zoo nabij.
Blijf bij mij, bij mij, Jezus zoet,
Uw bijzijn maakt mij alles goed.