Ontginning

De Plantage, van oorsprong een onvruchtbaar veengebied, is door in hoofdzaak joodse gevangenen drooggelegd en voorzien van een laag teelaarde. De meesten van hen waren dit loodzware werk niet gewend, en konden onmogelijk voldoen aan de extreme en volstrekt willekeurige eisen die de SS aan hen stelde. Het sterftepercentage was in die tijd dan ook veel hoger dan in de meeste andere commando's.



De SS-bewakers vormden een cordon om de werkende gevangenen. Ieder die maar een stap buiten deze denkbeeldige lijn waagde te zetten, werd onherroepelijk en onmiddellijk doodgeschoten. Een taak waarvan de SS-lieden zich met graagte kweten.De joden, en later ook de veelal Poolse geestelijken die daar werkten, werden zó verschrikkelijk geterroriseerd en uitgehongerd dat er vrijwel dagelijks iemand deze postenketen doorbrak, wat gelijk stond aan een zekere dood. Gedwongen soms, maar veelal ook uit pure wanhoop, om van de dagelijkse en onophoudelijke pijn en uitzichtloosheid af te zijn, kozen zij vrijwillig de dood.

Een voorbeeld: Op 28 april 1941 jagen twee jonge SS-ers "voor de grap" een joodse gevangene keer op keer door de postenketen, maar halen hem op het kritieke moment weer terug. Na een half uur hebben de heren genoeg van hun spel en laten de man doorlopen. Na 50 passen schieten zij hem neer. Hij wordt aan zijn hand en in het onderlichaam getroffen en valt. Als een aasgier stort de verpleger "professor" Heiden zich op de ongelukkige en brengt hem naar de ziekenbarak. Daar zet hij de gewonde hand zonder enige verdoving af. Het slachtoffer heeft de avond niet gehaald. Dat was misschien maar beter zo, want het was een beroemde pianist...