De trein naar Dachau

De Amerikanen militairen die op 29 april 1945 het concentratiekamp Dachau bevrijdden troffen daar, net even buiten de poort een lange goederentrein aan met duizenden tot op het bot uitgeteerde doden. Het was een vreselijke schok voor hen, een nieuwe confrontatie met het grote kwaad dat zij bestreden.



De Fransman François Bertrand, die het transport overleefde schreef een boek over zijn ervaringen:

Buchenwald, 5 april 1945

0p 7 april verlaten 5080 gevangenen het kamp. Een geforceerde mars van 9 km naar het station van Weimar. 71 gevangenen die het tempo niet kunnen bijhouden worden door de bewakers neergeschoten.
Er staat een trein met 50 wagons klaar, deels open, deels gesloten. Twee locomotieven met het opschrift "Sie rollen für den Sieg". Er is een personenwagon voor de commandant en zijn staf; de achterste wagon blijft leeg. Voor de lijken.
Ondanks het slechte weer is het beter in de open wagens dan in de gesloten. Daar is geen lucht; veel jongens stikken er door een gebrek aan zuurstof. Er zijn geen toiletten zodat het enorm stinkt.

Ruimtegebrek

Het is verboden te gaan zitten of te liggen. Dat kan ook niet, omdat er honderd gevangenen zijn samengepakt op nog geen veertien meter, per m² dus ongeveer 7 man. De mensen hangen maar zo'n beetje tegen elkaar aan. Slapen is een probleem; er is geen plaats om te gaan liggen. De vreemde houdingen waarin ze proberen wat te rusten veroorzaken krampen.

Iedere tweede dag worden de doden naar de lijkenwagen gebracht. De anderen krijgen zo een beetje meer ruimte. Maar omdat er steeds meer wagons nodig zijn voor de doden worden de levenden weer dichter in elkaar geschoven. Er zijn gevallen bekend van gevangenen die om wat meer ruimte te krijgen zieken een handje met het sterven hebben geholpen. Lebensraum, zou der Führer zeggen...

In de wagons heerst de wet van de jungle. Ogenschijnlijk kleine dingen zijn van het grootste belang; het verlies van een schoenen of een deken kan de dood betekenen. Iedere nacht wordt er dan ook in de wagons gevochten, hoofdzakelijk door Polen en Russen. Ook wordt er afgerekend met de kapo's die hen in het kamp het leven zo zuur hebben gemaakt. Alle twaalf zijn ze door hun medegevangenen om het leven gebracht.

De commandant van het transport was SS-Oberstürmführer Hans Mehrbach. Er waren 10 onderofficieren en 120 man bewaking; SS-ers hoofdzakelijk, maar er waren ook soldaten bij van de Wehrmacht en de Luftwaffe.
Het eigenlijke reisdoel van de trein was het concentratiekamp Flossenbürg, dicht bij de Tsjechische grens.
Maar dat plan ging niet door; de spoorverbindingen daarheen waren overal stukgebombardeerd. Daarop werd besloten naar Dachau te gaan, een afstand van nog geen 400 kilometer naar het zuidwesten. Maar de trein was genoodzaakt een enorme omweg te maken. Eerst ging het naar het oosten; via Leipzig en Dresden. Pas vier dagen na het vertrek zou naar het zuiden worden afgebogen, door Tsjechoslovakije via Pilsen naar Passau; vandaar westwaarts naar Dachau. Een reis van enkele uren die 22 dagen zou duren...

Dagboekaantekeningen

7 april - Om 8 uur zet de trein zich in beweging; onze lijdensweg begint. Het transport telt 5009 gevangenen; mijn vriend Emanuel weet dat zeker.

8 april - Het is koud. Dichte mist. Het valt niet mee in een open wagon.

9 april - In de nacht worden drie gevangenen door Oekraïners gewurgd. Opstand in wagon 23. Drieëndertig man worden doodgeschoten. De doden gaan naar de lijkenwagen. Dorst!

10 april - Het transport buigt af naar het zuiden. We komen in Tsjechoslovakije.

11 april - De trein stopt op het station van Pilsen. Tsjechische vrouwen brengen ons eten. De meesten van ons hebben last van buikloop. Lijken afgevoerd.

12 april - 's Nachts ontsnappen 22 gevangenen. De vluchtelingen worden al snel gepakt en met veel vertoon opgehangen. Iedereen moet toekijken.

13 april - Om 9 uur 's morgens schiet een SS-Scharführer in het wilde weg in onze wagon. Er zijn drie doden. De trein stopt in Staab.

14 april - Staab. De trein blijft hier staan 15 april - Nog steeds Staab. Er wordt weer geschoten, ditmaal in wagon 46.

16 april
- Hoe mooi is het Tsjechische land! Bloemen overal, groene weiden, vogels zingen. Een gevangene die om water vraagt wordt door een SS-er doodgetrapt. 16.30 aankomst te Blisova, bij de Duitse grens.

17 april
- 4 uur vertrek uit Blisova, 12 uur Neugedein. Vertrek van daar om 23 uur.

18 april
- Bij Bayrisch-Eisenstein passeren we de grens.

19 april
- Nammering, een klein Beiers dorp. Het regent, het is koud. Hier zullen wij meer dan vijf dagen blijven staan. In de open wagens staat 5 cm water. In een steengroeve in de nabijheid worden 793 van onze gestorven kameraden begraven of in een geïmproviseerd crematorium verbrand.

20 april - Nammering.

21 april - Nammering.

22 april - Nammering.

23 april - Nammering.


24 april
- De trein wordt opgedeeld in twee stukken. Het ene deel vertrekt in het begin van de middag, het tweede om 6 uur. In de nacht steekt een Russische gevangene een bewaker dood. Een bloedbad volgt. Er zijn vijf doden en drie zelfmoorden. Geslaagde vluchtpoging door een Italiaan.

25 april - 's Middags stopt de trein in een totaal verlaten gebied. Allen uitstappen, opstellen met het gezicht naar de trein, rug naar de bewakers. De commandant geeft het bevel het hele transport dood te schieten. De bewakers weigeren. De commandant is razend en schiet zelf zijn machinepistool op ons leeg. Doden afgevoerd. De reis gaat verder. Twee rode vliegtuigen bombarderen onze trein. Doden en gewonden. Om elf uur 's avonds Pocking.

26 april - Om 7 uur 's morgens vertrek naar München. De trein krijgt een plaats op een groot rangeerterrein.

27 april
- 0m 22 uur vertrek naar Dachau

28 april - 0m 1 uur in de nacht arriveren we in Dachau. De trein blijft buiten de poort staan. De andere helft die eerder uit Nammering is vertrokken staat er al.
Met achterlating van vele honderden doden en stervenden verlaten we de wagons. We drinken regenwater uit modderige plassen. Meer dood dan levend lopen we het kamp binnen. Hoe vreemd het ook mag lijken, we zien het concentratiekamp Dachau als onze redding, een plaats waar het althans mogelijk is te overleven.

In het bad worden de overlevenden opgevangen door verplegers uit de ziekenbarakken, onder wie een aantal Nederlanders. Zij worden geschoren en gewassen. Hun haar verstopt de afvoerroosters. Degenen die niet meer staan kunnen blijven liggen in een laag afkoelend water. De levenden worden meegenomen naar het Revier; de doden blijven achter.

Dodentrein

Een uitermate trieste balans wijst uit dat van de 5080 gevangenen die Buchenwald verlieten, er maar 861 levend Dachau hebben bereikt. Daarvan is de helft nog voor hun terugkeer naar het vaderland aan de geleden ontberingen gestorven. 0ver hoe het verder is gegaan met de kleine groep die weer thuiskwam zijn geen gegevens bekend.

Waren de lichamelijke ontberingen ondragelijk, de psychische schade is zo mogelijk nog groter. Veel van degenen die dit hebben moeten ondergaan, zijn voor het leven beschadigd.
En ook onze Amerikaanse bevrijders die bij de bevrijding van Dachau met deze verschrikkingen werden geconfronteerd, hebben dit hun leven lang nooit helemaal kunnen verwerken.



De leider van het transport, de SS-er Mehrbach werd door het oorlogstribunaal ter dood veroordeeld. In 1949 werd hij opgehangen. Zijn dood was aanmerkelijk zachter dan die van zijn slachtoffers..