Bevrijd

Het was een onwerkelijke tijd, die eerste dagen na de bevrijding. De zwaar zieke vlektyphus-patiënten werden uiteraard niet van de ene op de andere dag beter. Het sterftecijfer daalde nauwelijks. Vrijwel het enige geneesmiddel tot dusver was het bloed van genezen patiënten geweest; vanwege de afweerstoffen daarin. Maar de Amerikanen zorgden behalve voor beter eten ook voor medicijnen. Iedereen en alles werd behandeld met het nieuwe ontsmettingsmiddel DDT. De luizen die de vlektyphus overbrachten gingen er kapot aan maar de neten, de eieren hadden er geen last van.



De gevangenen hebben toen zelf het initiatief genomen tot het paardenmiddel bij uitstek: alle kleren en al het beddengoed te verbranden. Dagenlang woedden grote vuren op de appèlplaats; bergen kleding en dekens gingen in vlammen op.

Er was dus alle reden een strenge quarantaine in te voeren. Voor de naleving daarvan werd door de Amerikaanse kampleiding een zogenoemde Prisoners MP opgericht, hoofdzakelijk bestaande uit Nederlanders. Een van de taken van deze groep was als tolk op te treden bij de verhoren die de Amerikanen de gevangenen afnamen. Deze gegevens zijn later gebruikt bij de processen tegen de SS-kampbewakers.

Het heeft enige tijd geduurd voordat men zich in Nederland realiseerde dat er ook nog mensen in de kampen zaten die moesten worden gerepatrieerd.
In Dachau namen sommige oud-gevangenen zelf het heft in handen en vertrokken op eigen houtje naar het vaderland. Het bekendste geval daarvan is de Bus van Dachau; de avontuurlijke reis van een groep Nederlanders, met een gammele autobus door het verwoeste Duitsland terug naar huis.

Eind mei arriveerde een vrachtwagenconvooi uit Nederland om de gezonde gevangenen op te halen. De zieken kwamen later. Begin juni was iedereen weer thuis.