In het kamp

De kampen werden steeds voller en steeds slechter. Hoewel de gevangenen door de slechte behandeling eigenlijk heel zwak waren moesten ze 12 uur per dag ontzettend hard werken. Eten kregen ze veel te weinig, slaag des te meer. En voor het kleinste foutje werden de mensen verschrikkelijk gestraft, met stokslagen of andere martelingen. Heel veel jonge mensen zijn daaraan doodgegaan.

De hoofden van alle gevangenen werden kaalgeschoren en ze kregen gestreepte boevenpakken aan. Die waren van hele dunne stof daarom hadden ze het bijna altijd koud.
Toen de Geallieerden –dat waren de Engelsen en de Amerikanen- weer begonnen te winnen moesten de Duitsers zich terugtrekken. Heel veel fabrieken werden gebombardeerd en alles werd schaars; steenkolen waren er ook al niet meer.
Het eten in het kamp werd dunner en dunner, op het laatst niet meer dan een liter water met wat worteltjes. En het werd steeds voller in de kampen. Je had geluk als je een bed had met z’n tweëen, soms moest je het wel met z’n drieën delen.

In Dachau zaten 32 duizend gevangenen op een kluitje, dat is net zoveel mensen als er in een kleine stad wonen. Er moest natuurlijk Duits worden gesproken maar heel veel buitenlanders begrepen die taal niet. En die kregen dan weer extra op hun donder.
Of het nog niet erg genoeg was braken er ook nog allemaal besmettelijke ziekten uit. En ook daaraan zijn heel veel mensen aan doodgegaan.